Het Openbaar Ministerie heeft de zaak rond de aanslag op de auto van Wat is Loos geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Advocaat Sjoerd van Berge Henegouwen legt zich daar niet bij neer en start namens het slachtoffer een artikel 12-procedure.
In de nacht van 13 december 2025 werd brand gesticht bij de auto. Bij het voertuig werd een plastic flesje aangetroffen dat volgens het onderzoek bij de brandstichting is gebruikt. Op het flesje werd DNA gevonden van een 57-jarige verdachte.
De man werd in maart aangehouden en verklaarde volgens het onderzoek dat hij het flesje met benzine had gekocht voor twee voor hem onbekende personen. Volgens het OM zijn er geen aanwijzingen dat hij zelf bij de aanslag aanwezig was. Locatiegegevens van zijn telefoon zouden daarop niet wijzen.
Van Berge Henegouwen vindt dat er desondanks nog belangrijke vragen onbeantwoord zijn, onder meer over de rol van de 57-jarige man en de twee personen voor wie hij naar eigen zeggen de benzine kocht.
Ook zegt Wat is Loos twee andere namen aan de recherche te hebben doorgegeven, nadat deze onafhankelijk van elkaar door meerdere personen waren genoemd als mogelijke betrokkenen. Wat is Loos zegt geen terugkoppeling te hebben gekregen over wat met deze informatie is gedaan.
Op camerabeelden zijn volgens het OM twee personen op een fiets te zien die vermoedelijk iets bij de auto hebben neergelegd. De beelden zouden onvoldoende duidelijk zijn om hen te herkennen.
Het OM ziet uiteindelijk onvoldoende bewijs voor vervolging en heeft de zaak geseponeerd. Van Berge Henegouwen wil dat besluit door het gerechtshof laten beoordelen via een artikel 12-procedure.




